Na een maand zwerven in en proeven van stedelijk Ghana is de kogel door de kerk. Techiman wordt mijn (voorlopige) eindbestemming. De keuze tussen Aflao, Techiman en zustersteden Bawku/Cinkassé bleek er eigenlijk geen te zijn. Aflao is een boeiend en broeierig stadje maar de nabijheid van Lomé, de hoofdstad van Togo, maakt haar ongeschikt voor dit onderzoek. Geografisch vormen Lomé en Aflao één stedelijk gebied. De economie van Aflao is voor een belangrijk deel gericht op de overzijde van de grens. Cultureel gezien liggen beide in Ewe-land (wat de Queen Mother en de Chief graag benadrukken). Aflao is een Ghanese voorstad van Lomé.
Bawku (en de Togolese zusterstad Cenkassé) zou een goed alternatief kunnen zijn, maar het recente etnisch conflict tussen de Kusasi en de Manprusi heeft Bawku in een stevige houdgreep (zie vorige artikel). Mijn eerste kennismaking met de stad verliep nochtans niet slecht. Maar naarmate de dag vorderde werd de impact van het conflict meer en meer voelbaar. Araon, een dertigjarige leraar, gidste mij door Bawku op zijn Cenkassé-bike – deze Chinese motorfietsen zijn genoemd naar de Togolese stad waar ze gekocht worden. Zijn scooter is perfect om door de stad te circuleren. Vele verharde wegen heeft Bawku niet. Op enkele invalswegen na zijn er geen straten in Bawku. De term straat is dan ook niet echt van toepassing hier. Beter is te spreken over ruimtes tussen huizen. Het afgelopen regenseizoen was echter zo hevig dat vele van deze ruimtes sterk geërodeerd zijn. Het is onmogelijk om hier met de wagen door te komen. Een moto of fiets is meer flexibel en dus beter geschikt om door de vele geulen en putten te manoevreren.
Het conflict heeft duidelijk lidtekens achtergelaten in de stad en beheerst het leven in de stad. Het paleis van de Bwakunaba – de betwiste Kusasi-chief van de stad – vertoont kogelgaten en wordt bewaakt door het leger. Verspreid in de stad zie ik verschillende afgebrandde winkeltjes en huizen. De normaal druk bezochte markt is maar een bleke versie van wat ze voordien was, zo laat ik mij vertellen. Een deel van de handelaars durft niet naar de normale marktplaats omdat die in Manprusigebied ligt. Een stuk open ruimte vlakbij het politiebureau doet nu dienst als de Kusasi-markt. Hetzelfde verhaal geldt ook voor het busstation.(Een) Het dagelijkse leven in de stad is grondig door elkaar geschud en gesegregeerd langs etnische lijnen. Nadarhekken markeren de grens tussen Manprusi en Kusasi-gebied. Angst, gevoedt door tegenstrijdige geruchten, overheerst. Als ik in de vooravond met Father Vitus door de stad rij, beheersen politie en leger het straatbeeld. Pantservoertuigen rijden door de hoofdstraat. Soldaten staan met het machinegeweer in aanslag op de kruispunten. Een menigte heeft zich verzameld voor het politiebureau, oog in oog met de ordetroepen. “They have not been acting like this before.”, zegt Father Vitus. Een paar telefoontjes later worden de geruchten bevestigd. Enkele Kusasi die motorfietsen gaan kopen waren in Cenkassé (Togo) zijn op hun terugweg beroofd en in elkaar geslagen door Manprusi jongeren. De Kusasi hebben wraak genomen en één van de Manprusi vermoord. Onder druk van het leger lopen de straten leeg. Van 8u ‘s avonds tot 5u ‘s morgens geldt immers een uitgangsverbod. De volgende dag blijven vele winkels gesloten. Mensen durven niet naar hun werk, kinderen niet naar school.
Op zich creeërt het conflict een heel interessante situatie. Maar het bemoeilijkt ook het werk van een beginnend antropoloog. Dit is slechts de eerste fase van mijn onderzoek. Dit betekent dat ik nieuw ben in de stad. Ik ken de stad, de talen en de mensen niet, en zij kennen mij niet. Mensen zijn gedreven door wantrouwen en wantrouwen mij. Door mijn onwetenheid loop ik het gevaar een speelbal te worden in machtspelletjes tussen de Kusasi en Manprusi. M.a.w., quit Bawku … Ik besluit enkele dagen naar Cenkassé te trekken: een kleine Togolese stad een tiental kilometer oostwaarts. Bawku en Cenkassé zijn sterk verbonden. Cenkassé ligt letterlijk op de grens met Ghana en Burkina Faso. Een deel van de stad ligt in Burkina faso en wordt Cenkassé Burkina genoemd. Cenkassé ligt net als Bawku op de belangrijke handelsroute tussen Ougadougou en Niamey enerzijds en de grote kuststeden zoals Accra en Lome in de Golf van Benin anderzijds. Het stadje heeft veel weg van Aflao: een lange asfaltbaan die uitkomt aan de grens. Op en rond de hoofdstraat speelt het leven van de stad zich af. Je kan hier ongeveer overal Chinese motorfietsen en fietsen kopen. En uiteraard kan je ook overal vervangingsonderdelen kopen want de kwaliteit van de (motor)fietsen laat zoals dat van de meeste Chinese importproucten sterk te wensen over. De Chinese producten komen via Lomé Togo binnen en worden vervolgens naar Cenkassé gebracht. Vandaaruit worden ze uitgevoerd naar Mali, Burkina Faso, Niger en uiteraard, Ghana. Velen profiteren van het belastingsvoordeel in Togo en trachten motorfietsen langs allerlei smokkelroutes naar Bawku en verder te brengen. Toeval of niet, in Techiman zijn deze motorfietsen te koop in en rond Bawku-station.
Fietsen maken raar maar waar het omgekeerde traject. Omwille van het belastingsvoordeel op importgoederen worden ze ingevoerd via Lomé, Togo. Daar worden ze massaal opgekocht door Ashanti-handelaars en via Aflao uitgevoerd naar Kumasi en Techiman. Fietsen (en brommers) zijn populaire vervoersmiddelen op maat van deze steden. Velen verkiezen een tweewieler boven een auto. Niet enkel omdat het goedkoper is, maar ook omdat tweewielers beter aangepast zijn aan de mobiliteitsbehoeften en staat van de wegen in deze steden. Techiman vormt door haar ligging op het kruispunt van belangrijke handsroutes een hub in de (fiets)handel. Handelaars uit noord en zuid kruisen elkaar in Techiman. De Ashanti groothandelaars verkopen hun fietsen aan hun collega’s uit het noorden. Zo vinden de fietsen hun weg naar andere steden zoals Tamale, Bolgatange, Bawku, Wa, etc. Techiman bevestigt haar faam als goedkope handelsstad. Handelaars uit Cenkassé (Noord-West Togo) ontdekken de goedkope fietsen in nabijgelegen Bawku en importeren ze opnieuw in Togo. Vandaaruit vinden de fietsen hun weg naar Bamako (Mali), Ouagadougou (Burkina Faso), Niamey (Niger) en, ongetwijfeld ook heel wat kleine steden onderweg.
Cenkassé is dus net als Aflao een belangrijke doorvoerstad. Maar ik vond de stad te klein en niet veelzijdig genoeg om me in te vestigen. Na eliminatie van Aflao en Bawku/Cenkassé, blijft Techiman dus als enigste keuze over. Dit betekent echter niet dat mijn bezoek aan Aflao en Bawku/Cenkassé verloren tijd was. Integendeel, deze steden zijn belangrijke poorten naar de Togolese vrijhandelszone en linken zo verschillende andere kleine en grote steden in een rizomatisch netwerk waarin Techiman een belangrijk knooppunt is. En dat is wat Techiman zo boeiend maakt, haar verbindingen met andere steden. Ik heb een goed gevoel bij de stad en heb er goede contacten. Een sputterende/spetterende spijsvertering hield me elke dagen langer als gepland in Bolga.. Maar gisteren ben ik dan eindelijk aangekomen in Techiman. Nana Adwuma Hene gesproken, de commandant van de paramount Chief van Techiman, regelde een leraar voor de lokale taal (Akan-bono) en vanaf zondag huur ik een eigen kamer.
Wederom ’t beste,
0 responses so far ↓
There are no comments yet...Kick things off by filling out the form below.