Monthly Archives: February 2008

Terminus Techiman

Na een maand zwerven in en proeven van stedelijk Ghana is de kogel door de kerk. Techiman wordt mijn (voorlopige) eindbestemming. De keuze tussen Aflao, Techiman en zustersteden Bawku/Cinkassé bleek er eigenlijk geen te zijn. Aflao is een boeiend en broeierig stadje maar de nabijheid van Lomé, de hoofdstad van Togo, maakt haar ongeschikt voor dit onderzoek. Geografisch vormen Lomé en Aflao één stedelijk gebied. De economie van Aflao is voor een belangrijk deel gericht op de overzijde van de grens. Cultureel gezien liggen beide in Ewe-land (wat de Queen Mother en de Chief graag benadrukken). Aflao is een Ghanese voorstad van Lomé.

Bawku (en de Togolese zusterstad Cenkassé) zou een goed alternatief kunnen zijn, maar het recente etnisch conflict tussen de Kusasi en de Manprusi heeft Bawku in een stevige houdgreep (zie vorige artikel). Mijn eerste kennismaking met de stad verliep nochtans niet slecht. Maar naarmate de dag vorderde werd de impact van het conflict meer en meer voelbaar. Araon, een dertigjarige leraar, gidste mij door Bawku op zijn Cenkassé-bike – deze Chinese motorfietsen zijn genoemd naar de Togolese stad waar ze gekocht worden. Zijn scooter is perfect om door de stad te circuleren. Vele verharde wegen heeft Bawku niet. Op enkele invalswegen na zijn er geen straten in Bawku. De term straat is dan ook niet echt van toepassing hier. Beter is te spreken over ruimtes tussen huizen. Het afgelopen regenseizoen was echter zo hevig dat vele van deze ruimtes sterk geërodeerd zijn. Het is onmogelijk om hier met de wagen door te komen. Een moto of fiets is meer flexibel en dus beter geschikt om door de vele geulen en putten te manoevreren.

Het conflict heeft duidelijk lidtekens achtergelaten in de stad en beheerst het leven in de stad. Het paleis van de Bwakunaba – de betwiste Kusasi-chief van de stad – vertoont kogelgaten en wordt bewaakt door het leger. Verspreid in de stad zie ik verschillende afgebrandde winkeltjes en huizen. De normaal druk bezochte markt is maar een bleke versie van wat ze voordien was, zo laat ik mij vertellen. Een deel van de handelaars durft niet naar de normale marktplaats omdat die in Manprusigebied ligt. Een stuk open ruimte vlakbij het politiebureau doet nu dienst als de Kusasi-markt. Hetzelfde verhaal geldt ook voor het busstation.(Een) Het dagelijkse leven in de stad is grondig door elkaar geschud en gesegregeerd langs etnische lijnen. Nadarhekken markeren de grens tussen Manprusi en Kusasi-gebied. Angst, gevoedt door tegenstrijdige geruchten, overheerst. Als ik in de vooravond met Father Vitus door de stad rij, beheersen politie en leger het straatbeeld. Pantservoertuigen rijden door de hoofdstraat. Soldaten staan met het machinegeweer in aanslag op de kruispunten. Een menigte heeft zich verzameld voor het politiebureau, oog in oog met de ordetroepen. “They have not been acting like this before.”, zegt Father Vitus. Een paar telefoontjes later worden de geruchten bevestigd. Enkele Kusasi die motorfietsen gaan kopen waren in Cenkassé (Togo) zijn op hun terugweg beroofd en in elkaar geslagen door Manprusi jongeren. De Kusasi hebben wraak genomen en één van de Manprusi vermoord. Onder druk van het leger lopen de straten leeg. Van 8u ‘s avonds tot 5u ‘s morgens geldt immers een uitgangsverbod. De volgende dag blijven vele winkels gesloten. Mensen durven niet naar hun werk, kinderen niet naar school.

Op zich creeërt het conflict een heel interessante situatie. Maar het bemoeilijkt ook het werk van een beginnend antropoloog. Dit is slechts de eerste fase van mijn onderzoek. Dit betekent dat ik nieuw ben in de stad. Ik ken de stad, de talen en de mensen niet, en zij kennen mij niet. Mensen zijn gedreven door wantrouwen en wantrouwen mij. Door mijn onwetenheid loop ik het gevaar een speelbal te worden in machtspelletjes tussen de Kusasi en Manprusi. M.a.w., quit Bawku … Ik besluit enkele dagen naar Cenkassé te trekken: een kleine Togolese stad een tiental kilometer oostwaarts. Bawku en Cenkassé zijn sterk verbonden. Cenkassé ligt letterlijk op de grens met Ghana en Burkina Faso. Een deel van de stad ligt in Burkina faso en wordt Cenkassé Burkina genoemd. Cenkassé ligt net als Bawku op de belangrijke handelsroute tussen Ougadougou en Niamey enerzijds en de grote kuststeden zoals Accra en Lome in de Golf van Benin anderzijds. Het stadje heeft veel weg van Aflao: een lange asfaltbaan die uitkomt aan de grens. Op en rond de hoofdstraat speelt het leven van de stad zich af. Je kan hier ongeveer overal Chinese motorfietsen en fietsen kopen. En uiteraard kan je ook overal vervangingsonderdelen kopen want de kwaliteit van de (motor)fietsen laat zoals dat van de meeste Chinese importproucten sterk te wensen over. De Chinese producten komen via Lomé Togo binnen en worden vervolgens naar Cenkassé gebracht. Vandaaruit worden ze uitgevoerd naar Mali, Burkina Faso, Niger en uiteraard, Ghana. Velen profiteren van het belastingsvoordeel in Togo en trachten motorfietsen langs allerlei smokkelroutes naar Bawku en verder te brengen. Toeval of niet, in Techiman zijn deze motorfietsen te koop in en rond Bawku-station.

Fietsen maken raar maar waar het omgekeerde traject. Omwille van het belastingsvoordeel op importgoederen worden ze ingevoerd via Lomé, Togo. Daar worden ze massaal opgekocht door Ashanti-handelaars en via Aflao uitgevoerd naar Kumasi en Techiman. Fietsen (en brommers) zijn populaire vervoersmiddelen op maat van deze steden. Velen verkiezen een tweewieler boven een auto. Niet enkel omdat het goedkoper is, maar ook omdat tweewielers beter aangepast zijn aan de mobiliteitsbehoeften en staat van de wegen in deze steden. Techiman vormt door haar ligging op het kruispunt van belangrijke handsroutes een hub in de (fiets)handel. Handelaars uit noord en zuid kruisen elkaar in Techiman. De Ashanti groothandelaars verkopen hun fietsen aan hun collega’s uit het noorden. Zo vinden de fietsen hun weg naar andere steden zoals Tamale, Bolgatange, Bawku, Wa, etc. Techiman bevestigt haar faam als goedkope handelsstad. Handelaars uit Cenkassé (Noord-West Togo) ontdekken de goedkope fietsen in nabijgelegen Bawku en importeren ze opnieuw in Togo. Vandaaruit vinden de fietsen hun weg naar Bamako (Mali), Ouagadougou (Burkina Faso), Niamey (Niger) en, ongetwijfeld ook heel wat kleine steden onderweg.

Cenkassé is dus net als Aflao een belangrijke doorvoerstad. Maar ik vond de stad te klein en niet veelzijdig genoeg om me in te vestigen. Na eliminatie van Aflao en Bawku/Cenkassé, blijft Techiman dus als enigste keuze over. Dit betekent echter niet dat mijn bezoek aan Aflao en Bawku/Cenkassé verloren tijd was. Integendeel, deze steden zijn belangrijke poorten naar de Togolese vrijhandelszone en linken zo verschillende andere kleine en grote steden in een rizomatisch netwerk waarin Techiman een belangrijk knooppunt is. En dat is wat Techiman zo boeiend maakt, haar verbindingen met andere steden. Ik heb een goed gevoel bij de stad en heb er goede contacten. Een sputterende/spetterende spijsvertering hield me elke dagen langer als gepland in Bolga.. Maar gisteren ben ik dan eindelijk aangekomen in Techiman. Nana Adwuma Hene gesproken, de commandant van de paramount Chief van Techiman, regelde een leraar voor de lokale taal (Akan-bono) en vanaf zondag huur ik een eigen kamer.

Wederom ’t beste,

Techiman – Bolgatanga – Bawku

Mijn tocht doorheen kleine Ghanese steden zet zich verder. Gisterennamiddag ben ik aangekomen in Bolgatanga na een boeiende week in Techiman (Hoe kan het ook anders…). Ik blijf hier een paar dagen om alle impressies van Techiman op een rijtje te zetten enerzijds en om informatie in te winnen over de volatiele etnisch-politieke situatie in Bawku anderzijds. Maar eerst Techiman dus. Wie over Techiman spreekt, heeft het over de markt en daar begin ik mijn verslagje dus mee.

De driedaagse markt van Techiman doet eer aan alle superlatieven die haar trachten te omschrijven: ‘one of the largest markets of West-Africa’, ‘enourmous’, ‘you can buy everything there’, ‘prices are extremely low’, ‘on marketdays Africa comes to Techiman’,… De markt is het economische en sociale centrum van de stad en verbindt Techiman zowel met de omringende dorpen als met andere grote en kleine steden in en rond Ghana. De faam van de markt reikt tot in Liberia, Mali en Niger. Op sommige plaatsen zag ik fenomenen die je normaal in een grensstad zou verwachten (geldwisselaars, controle door douane, clearing-bureau’s,…). De producten en mensen op de markt zijn afkomstig uit heel West-Afrika. De etnische en linguistische diversiteit is dus heel groot. Hausa, Akan en Engels zijn de meest gesproken talen. De nadruk ligt op de handel in landbouwproducten zoals yam (heilig voedsel van de Bono, de orginele etnie), kassava, bonen, mais, graan, uien… Maar ook bloemkool, aardappelen en wortels zijn te koop. Daarnaast vind je er ook een heleboel non-food producten gaande van kleren tot fietsen en meubels. Andere opvallende dingen zijn bergen tweedehands schoenen, herbal medicines, Nigeriaanse films over hekserij, fetischen,… De meeste marktkramers zijn vrouwen, op de vee- en maishandelaars na. De markt lijkt goed georganiseerd. De verschillende producten hebben een eigen plaats en associatie. Alle verkopers moeten een soort van tax betalen.

Techiman dankt de bruisende markt niet alleen aan het feit dat het een historische stad is (gesticht rond 1295 volgens Meyerowitz), maar vooral aan haar heel goede geografische ligging. De stad ligt in een zeer vruchtbaar gebied (twee oogsten per jaar) en is gelegen op het kruispunt van verschillende oude en nieuwe handelswegen. De markt is omringd door busstations naar alle windstreken. De lorry stations zijn polen op zich die een eigen dynamiek teweegbrengen. Zo kan je in Bawku station Aziatische motorfietsen kopen.

Het is een brave stad (misschien wat te braaf), best wel gezellig, niet alleen door de vele bars en restaurantjes die een gemoedelijke sfeer uitstralen maar ook door de aanwezigheid van een theater en een muziekschool. De vele kerken – Techiman is juist gepromoveerd tot een Bisdom – en moskee’s duiden op het belang van religie. Dit gaat hand in hand met de autochtone machtstructuren rond de Chief en de Queen Mother, inclusief een hele hiërarchie van Goden, heiligdommen en hun wereldse vertegenwoordigers (Spokesmen, subchiefs,…) die de Bono-identiteit van de stad trachten te bevestigen/bewaren/herdefiniëren (hier moet ik het fijne nog van uitzoeken). Dit komt tot uiting in de ambitieuze plannen om een groot cultureel centrum te bouwen. Andere opvallende dingen zijn de honderden Deawoo-taxi’s (in het Dilbeeks: emmy-mobiel), de sterke link met Duitsland, het ontbreken van openbare WC’s waardoor iedereen zowat overal zijn ‘ding’ doet (echt vies soms), de vele pito-bars genoemd naar de geboortestad van de uitbaters (Bawku-pitobar, Wa-pito-bar, Sadema-pito-bar, Navrongo-pito-Bar) en dan waarschijnlijk nog eens zoveel dingen die onzichtbaar gebleven zijn.

Ik heb vooral geprobeerd op zoveel mogelijk plaatsen in de stad rond te lopen en korte gesprekjes aan te knopen met de mensen om een eerste idee te krijgen van de stad. Ik heb een aantal goede contacten kunnen opbouwen: één van de Subchiefs, Nana Adwamu Hene, heeft me heel wat informatie gegeven over de Bono en over Techiman en beloofde me te helpen met mijn integratie (het zoeken naar huisvesting en iemand die me kan helpen de taal te leren,…) en me te introduceren bij de Chief, de Queen mother, en de Market-queen. Via Mark, een Kasena, heb ik ook een toegang tot het planbureau met alle kaarten. Ik hou een goed gevoel over aan de stad. Ze lijkt me meer geschikt als Aflao voor het onderzoek.

Tot zover Techiman, nu Bawku: een grensstad op het drielandenpunt tussen Togo, Burkina Faso en Ghana. Begin deze maand is daar een lang aanslepend ethno-politiek conflict tussen de Kusasi-meerderheid en de Manprusi-minderheid ondanks lange periode van vrede weer opgeflakkerd. Dit zal uiteraard mijn doen en laten daar beïnvloeden. Hoe weet ik nog niet, maar ik laat het wel weten. Ik schets snel even de historische achtergrond van het conflict. De Kusasi zijn de oorspronkelijke bewoners van het land. Ze zijn afkomstig uit Burkina, leven van de landbouw en kenden oorspronkelijk geen centraal gezag. Ongeveer 150 jaar geleden waren ze in oorlog met de Busanga uit Burkina. De Manprusi uit het zuiden kwamen de Kusasi bijstaan en een minderheid vestigde zich na de oorlog in Kusasi land. Toen de Britse koloniale macht begin vorige eeuw hun politiek van indirect rule – De Britten brachten hun beleid over via lokale contactpersonen, de Chiefs – toepasten op the Norhern Territories, hadden ze bij Kusasi geen aanspreekpunt wegens het ontbreken van centraal gezag. De Manprusi-minderheid had dit wel en kreeg van de Britten de Chieftancy over Kusasi-land (en over verschillende andere bevolkingsgroepen in The Upper East). De Kusasi grepen de onafhankelijkheid van Ghana in 1957 aan om de chieftancy over hun land weer in handen te krijgen en benoemden voor het eerst hun eigen chief. De Manprusi pikken dit niet en het kwam tot een eerste conflict dat in het voordeel van de Kusasi werd beslecht door een beslissing van het Hooggerechthof in 1958. Met de opeenvolging van verschillende regeringen/dictaturen kwam de Chieftancy afwisselend terecht bij de Kusasi en de Manprusi, telkens na bloedige conflicten. Maar sinds het hooggerechthof in 2003 de beslissing van 1958 herbevestigde was de situatie kalm. De spanning tussen de bevolkingsgroepen bleef echter onderhuids bestaan. In de aanloop naar presidentsverkiezingen in mei aanstaande is de spanning opnieuw toegenomen door verschillende (ongegronde) geruchten. Het conflict kreeg in de loop der jaren immers een politieke dimensie. De Manprusi steunen de regerende partij NPP. De Kusasi steunen de NDC. Ieder verkiezing wordt aangewend om de Chieftancy opnieuw te betwisten. Kandidaten doen beloften over de Chieftancy en dat zorgt voor spanningen die tot uitbarsting kwamen in het begin van de maand.

Na een diepgaand gesprek gisterenavond met een aantal mensen die ik via via vanuit België ken, probeer ik de feiten op een rijtje te zetten. Op 31 december worden drie Manprusi vermoord in hun huis aan de rand van Bawku Municipality. Het zou gaan om een roofmoord uitgevoerd door Fullani die het vee van de Manprusi wilden stelen. Sommigen doen dit verhaal af als een cover up story van de overheid. In ieder geval, de geruchtenmolen kwam op gang. De Manprusi beschuldigen de Kusasi van de moorden. De Kusasi beweren op hun beurt dat de Manprusi al langer een nieuwe oorlog  met de Kusasi voorbereiden en de roofmoord misbruiken als een excuus. De Fulani voelen het onheil aankomen, maken zich uit de voeten en steken de grens met Burkina over met hun vee.

Op één januari houden de Kusasi hun jaarlijkse Samanpiid festival. Saman verwijst naar de ruimte rond en tussen de huizen, piid betekent kuisen. Met het festival bedankten de Kusasi de Goden voor de oogst en bereiden ze het nieuwe seizoen voor. Het festival is al langer een doorn in het oog van de Manprusi. Ieder jaar zorgt het voor spanningen omdat het festival uitgaat van de Kusasi chief die niet erkend is door de Manprusi. In deze gespannen context, versterkt door de moorden, trekt de Kusasi stoet zoals ieder jaar door de Manprusi enclaves in Bawku. De Manprusi willen wraak voor de moorden en de boel escalleert met, afhankelijk van de bron, 10 tot 30 doden, tientallen gewonden, honderd tot tweehonderd vernielde huizen en het afbranden van de veemarkt in de daaropvolgende dagen. Het leger komt tussenbeide en stelt een avondklok in die afgelopen donderdag verlengd werd.

De recente berichten over Bawku blazen zowel warm als koud: relative normality has retourned to the area, business activities and schools have reopend <-> sillent killings continue in the area, Manprusi can not enter Kusasi territory without fighting and visa versa. De meeste mensen zeggen dat het veilig is om rond te lopen in de stad omwille van je neutraliteit als blanke. Ik ga eerst nog wat extra advies inwinnen bij wat betrokkenen en buitenstaanders alvorens voor enkele dagen naar Bawku te gaan. Ik kan daar waarschijnlijk slapen in het missiehuis van de katholieke kerk. Ik wil de stad nu toch wel graag zien en ook eens naar Senkassé (Togo) en Bitou (Burkina) gaan aan de overzijde van de grenzen. Daarna zien we wel verder.

Voila tot daar het verslagje…

‘t beste en de groeten daar,

Free

Ps: weinig foto’s wegens de traagheid van het internet hier. Ik heb namelijk geen zin om lang te wachten tot alle foto’s zijn opgeladen…