Donderdagochtend, 5u30. Na een snelle douche en een stevig ontbijt verlaat ik Auntie’s huis in Accra. Een taxi brengt me naar Tudu-station. Op dit uur is het helemaal niet druk op de central ring road. Het contrast met de mensenmassa in en rond Tudu-station is dan ook groot. Ik ben nauwelijks uitgestapt of de ronselaars, die potentiële klanten naar de ‘juiste’ busjes begeleiden/sleuren, hebben me reeds in hun vizier. Gelukkig heb ik hier al wat ervaring mee. Lichaamstaal is heel belangrijk in deze context. Ik maak me breed (in de mate van het mogelijke uiteraard…) , trek een strenge blik en neem het initiatief over van de ronselaars: ‘Who’s driving to Aflao? What is your price? Show me the trotro!’ Ik kies een busje uit dat een redelijke prijs vraagt (4,9 Cedi, ongeveer 3,7 euro) en bijna vol lijkt te zitten. De chauffeur vertrekt immers pas als de bus volzet is. Maar schijn bedriegt. De chauffeur had een paar mensen betaald om plaats te nemen in de bus als pseudo-reizigers. Een bijna vol busje trekt immers sneller klanten aan. Mensen wachten niet graag te lang. Wat op twee vrije plaatsen leek, waren er in werkelijkheid zes… Maar goed, een kwartiertje later is de bus echt vol. Na het betalen van de pseudo-reizigers en de ronselaars vertrekken we richting Togolese grens. De wegen in en rond Accra zijn in zeer goede staat. Maar hoe verder we van de hoofdstad weg rijden, hoe meer de kwaliteit van de weg te wensen overlaat. Door de vele putten en gaten in het wegdek daalt de gemiddelde snelheid naar ongeveer 60 km/uur. Na een kleine drie uur rijden komen we aan in Aflao.
Aflao is een kleine, heel broeierige en kosmopolitische stad. Afhankelijk van de bron wonen hier 40 tot 50 000 inwoners. Van bovenuit gezien vormt de stad één verstedelijkt gebied samen met de Togolese hoofdstad Lomé. Aflao ligt gewrongen tussen de Golf van Benin en een Laguna. Enkel Main Street, de baan die Accra met Lomé verbindt, en de straat naar het lokale district hospitaal zijn geasfalteerd. Eens je Main Street verlaat, kom je terecht in een doolhof van kris kras door elkaar lopende smalle zandwegen, afgebakend door hoge muren of door grote cactussen die de groetentuintjes beschermen. De ramen en deuren van de compounds zijn gericht op de private binnenplaatsen. Af toe mondt de doolhof van zandwegjes uit op een bredere straat of op verrassend gezellige open ruimtes met wat bomen voor schaduw, enkele winkeltjes, een bar, openbare wc’s, een kerk of moskee, een klein voetbalveldje, etc. De grensovergang, het busstation en de markt zijn de drukste plaatsen in de stad. Het wemelt er van de handelaars, geldwisselaars, ambulante straatverkopers, ronselaars die de busjes van klanten moeten voorzien, reizigers, klanten, predikanten,…
Net zoals vele andere steden wordt Aflao bevolkt door mensen met verschillende culturele achtergronden. De grenspost trekt mensen aan afkomstig uit heel West Afrika. De Akan, Ga, Hausa en Ga Adamgme maken ongeveer z’n 36% van de bevolking van Aflao uit. Daarnaast leven nog verschillende andere bevolkingsgroepen met verschillende nationaliteiten in de regio. De Ewe (lees: Evvè) zijn ruimschoots in de meerderheid (62%). Zowel Aflao als Lomé liggen in het land van de Ewe. De Ghanees-Togolese grens loopt dus recht door Ewe-land. Dat dit het leven van de douane er niet gemakkelijker op maakt, spreekt voor zich (hierover verder meer). De Ewe bevolken een uitgestrekt gebied dat begint in Benin en door Togo heen tot in de Ghanese Volta regio reikt. De Ewe hebben een complexe en sterk ontwikkelde taal en cultuur. Ze spreken een toontaal die behoort tot de Fond groep. Woorden krijgen betekenis afhankelijk van waar de klemtonen gelegd worden. Een geoefend oor is nodig om alle nuances te horen en te begrijpen. Birgit Meyer, een Nederlandse antropologe, vertelde me dat het voor Westerlingen heel moeilijk is om deze taal te leren omwille van alle kleine nuances in de uitspraak.
De Ewe in en rond Aflao leefden vroeger hoofdzakelijk van de visvangst. Maar sinds de visgronden voor de kust verkocht zijn aan Europese en Japanse rederijen, is de visvangst voor de Ewe niet langer rendabel. Mama Akwabe Gbugblah II, Queen Mother of Aflao, vertelt: “In colonial times we relied on manpower to cash the fishes. But when the European and Japanese came with machines to catch the octopuses, they scared the fishes off. Now the fishes have fled away and our fishermen have to go very far, to the deep sea, to catch very few fishes. But It’s dangerous and not even lucrative. Now young men prefer to sit on blinking motorbikes and taxi travellers around instead of fishing. Women that married a fisherman used to be millionaires. Now they live in poor huts on the beach. Some people try to make a livelihood of agriculture, but mostly it isn’t sufficient. Now even I, the Queen Mother of Aflao, have become a petty trader. Look at my house, I don’t even have a TV“ Onderstaande foto illustreert het betoog van Mama en toont enkele versleten vissersboten naast een bordje dat zegt “Stop shitting here!”. De stad heeft haar rug gekeerd naar Madam Water, een belangrijke godheid in de religie van de Ewe, en richt zich nu meer en meer op opportuniteiten die de grens en de verstedelijking aanbieden.
Een grens is niet alleen een poort naar een ander gebied, maar ook een plaats waar mensen halt houden, een plaats waar verschillende economische systemen en politieke regimes elkaar ontmoeten. Mensen anticiperen op deze verschillen door economische strategieën te ontwikkelen en slaan munt uit de verschillen. De Hausa hebben zich gespecialiseerd in het wisselen van geld. Ze komen vanuit verschillende West-Afrikaanse landen naar Aflao en bepalen de dagelijkse wisselkoers van de Cedi t.o.v. Fr. CFA en omgekeerd. De Ewe, die aan beide zijden van de grens wonen en zonder problemen de grens kunnen oversteken, spelen in op de verschillen in economisch beleid tussen Togo en Ghana. Togo is een Freeport, een vrijhaven voor invoergoederen. Dit wil zeggen dat er op importproducten geen belasting hoeft betaald te worden. Deze producten zijn dus heel wat goedkoper aan de Togolese kant van de grens. Maar bij invoer ervan in Ghana moet wel belastingen betaald worden, tenzij – en hier bevindt zich het achterpoortje – de producten voor eigen gebruik zijn. Sommige Ewe laten zich betalen door grote invoerders (vaak Ashanti/Akan handelaars) om hun producten beetje per beetje over de grens te brengen. Een creatieve vorm van smokkelen noemde een Ashanti handelaar het, een win-win situatie. De invoerders hoeven geen belastingen te betalen en de Ewe verdienen ook wat extra bij. Een Ashanti handelaar die in hetzelfde hotel logeerde legde me dit systeem uit. De vele hotels en guesthouses in Aflao zijn doorgaans goed bevolkt met handelaars en reizigers. Sommige eigenaars bieden hun klanten, die vaak al lang van huis zijn, ‘diensten’ aan. Toen ik een kamer boekte in Hotel Sanaa, vlakbij de grenspost, dacht een highloard (lees: pooier) me een plezier te doen met het volgende voorstel: “Tonight I will put a nice surprise in your room for when you arrive.”, Een verrasing waarvoor ik uiteraard vriendelijk bedankte met de smoes dat ik een getrouwd man ben, een leugentje om bestwil. Een andere hotelgast bevestigde me de illustere bijverdienste van de hotel medewerker.
Door de aanwezigheid van de grens groeit Aflao. Daarmee gaat de stad in tegen de emigratietrend in de rest van het Ketu district. De stad groeit sterker dan haar omgeving en accumuleert mensen, goederen, uiteenlopende kennissystemen, geld,… Door de voortschrijdende verstedelijking van Aflao is een aanvraag ingediend om de stad het statuut te geven van een municipal area. Met dit statuut zou Aflao recht hebben op een betere infrastructuur, een groter ziekenhuis, en, vooral, een secondaire school. Nu is de scholingsgraad in Aflao zeer laag door het ontbreken ervan. De groei van de stad zorgt natuurlijk ook voor meer potentiële klanten voor de ondernemers. Zo wordt het bevoorbeeld rendabel voor Mr. Nice een kapperskiosk uit te baten op Main Street. Mr. Nice – echte naam voorlopig nog onbekend – is een dynamische 29 jarige Ewe. In zijn kapsalon hangt het volgende bordje: “Due to the high prices for power and supplies profit marges have been going down. How much would you think is reasonable for a Mr. Nice haircut?” Na een hoogstnodige scheerbeurt bied ik hem 2 Cedi aan voor bewezen diensten. Hij weigert resoluut: “You are a guest in our city! God would never allow me to accept this money.” God, een machtige kracht die de stad en het leven stuurt, vormt en zin geeft.
Naast twee moskee’s telt Aflao ontelbare kerken, doorgaans de grootste en mooiste gebouwen in de stad. De kerken vertegenwoordigen verschillende interpretaties van het Christelijke geloof en dragen klinkende namen zoals: Bazooka Fire, International Pentacostalic University, Baptist Church, Reformist movement, etc. Als je aan iemand vraagt om je naar de voor hem belangrijkste plek in de stad te brengen, kom je steevast uit in één van de kerken. Geloof is heel belangrijk. Dat bevestigt ook Reverend Wisdom van de Baptist Church. Sinds hij tien jaar geleden aankwam in Aflao is zijn kerk gegroeid van acht volwassenen naar meer dan zeshonderd volwassen leden. De kerken in Aflao zijn, op de gevangenis en drie appartementsgebouwen na, de enige gebouwen die meer als één verdieping tellen. Ze vormen de skyline van Aflao.
Na een lange dag besluit ik mij eindelijk eens af te kappen en een biertje te drinken. Ik neem plaats op een geïmproviseerd terras op honderd meter van de grenspost. Hoewel het al laat op de avond is volgens Ghanese normen (21u), leeft de grenspost nog volop. Auto’s en trucks schuiven aan of rijden Ghana binnen. Vrouwen met hele huishoudens op hun hoofd lopen elkaar voor de voeten. De flikkerende straatverlichting creëert in combinatie met de vele olielampen – die de tafels van de straatverkoopsters verlichten – een broeierige sfeer. Het opvliegende stof wordt geaccentueerd in de koplampen van de grote trucks. Een oudere, armzalig geklede vrouw spreekt me aan. Ze staat voorovergebogen en kijkt me niet aan. Naar mijn aanvoelen spreekt ze Bambara, een taal die in het noorden van Senegal ook gesproken wordt. Ik probeer te antwoorden in het Wolof maar ze verstaat me niet. “Hausa, Hausa” zegt ze. Ik tracht de twee zinnen Hausa die ik vandaag geleerd heb fonetisch te herhalen: “Salaam Alaikum, A Gaishai Ka. Kana Lahiya?” Ze antwoordt enthousiast, maar uiteraard versta ik er niets van en ik staar haar nogal wezenloos aan. Ik ken met moeite de betekenis van de klanken die ik zelf uitbracht. “Touareq?” vraagt ze. Ik probeer zonder succes in het Engels. Dan antwoordt ze plots in het vloeiend Frans. Ze vertelt dat ze vanuit Niamey naar Aflao is gereisd, twee tot drieduizend kilometer verder. Ze zoekt andere Hausa maar durft om een onduidelijke reden de zwarte Afrikanen niet aanspreken. Ze wil de grens over om haar zuster in Lomé te bezoeken. Ik wijs naar de plaats waar ik ‘s morgens met enkele Hausa had gesproken. Ik sta versteld van de uitgebreide talenkennis van deze oude dame: Touareq, Hausa, Bambara, Frans en waarschijnlijk nog enkele lokale dialecten.


1 response so far ↓
Walter // January 26, 2008 at 12:42 pm |
¡Joeoeoew Ferbie!
Zaaalige site, lekkere tekstjes,
zo reizen we door twee continenten tegelijk,
kan er een kleine résumé in t spaans bij voor
mijn eega? Dank bij voorbaat,
w